Taaltrends 2
  Onderstaande stukken verschenen vanaf 2004 in het Vakblad Taal van Sdu Uitgevers. Het blad bestaat niet meer.
   
  Porno maar dan anders
 

Er zijn woorden die je niet in de mond neemt. Porno is er een van. Zelfs het ‘in de mond nemen’ is bij het woord porno al te veel, eigenlijk. Maar nee, zo is het niet. Niet meer. Want porno is gewoon en alles is porno.
Johannes van Dam, de gezellige kritikok van Het Parool, werd laatst door de Volkskrant aan een spervuur van vragen onderworpen. En ook aan hem bleek de porno niet voorbij gegaan te zijn. Hij noemt zijn vakgebied namelijk ‘gastroporno’.
Porno is een nieuwe verzamelnaam voor alles waar je zo snel even geen ander woord voor hebt. ,,Ik heb die porno even op je bureau gelegd”, is helemaal niet meer ongebruikelijk om mee aan te geven dat je iemands werktafel hebt overladen met een massa ondefinieerbare paperassen.
Porno was natuurlijk altijd iets waar je niet naar moest kijken, want het betrof op expliciete wijze afgebeelde menselijke voortplantingsriten. Maar door de liberalisering van het woord porno kun je om dat woord simpelweg niet meer heen. Er zijn bijvoorbeeld meisjes die T-shirts dragen met heel groot het woord porno erop, in het lettertype van het gymschoenenmerk Puma.
Ook is er een organisatie, Ex Pornstar geheten, die dansfeesten op poten zet en daarvan gewaagde aankondigingsposters op straat hangt, onder meer met daarop de premier in een compromitterende situatie. Echte Jan-Peter porno.
Porno was al overal, maar je moest je best er voor doen om het tegen te komen. Ook het woord porno. Maar nu is porno gewoon porno. Geef mij die stapel porno even aan. Ik heb hier een hele lijst met porno voor je. Heb jij die porno van dat onderzoek voor me? Zit je nou al weer naar die porno te kijken?
JAAP STIEMER

   
  Koffiekussentje
 

Er is goed nieuws. Althans, voor degenen die dachten dat de Nederlandse taal gedoemd was weg te zakken in het drijfzand van het Engels. Er is namelijk een tegenbeweging op gang gekomen die het Engels en het Nederlands samenbrengt in even trendy als hoopgevende termen.
Dat gaat de goede kant op, zou je zeggen. Want het leven lacht je toe als je je rijwiel bij een Fietspoint weet te stallen. Dat kan al bij diverse stations in den lande. Bicyclepunt bekt natuurlijk niet zo lekker en Fietspunt is te vooruitstrevend. Taalvernieuwing moet in fases.
Op de fiets naar Amsterdam Zuidoost treffen we de Woonmall. Een Woonwinkelcentrum dus, wat minstens zo beroerd klinkt, maar vermoedelijk te lang is voor een lichtbak.
In de nabijgelegen Arenaboulevard kunnen we in een elektronicazaak een apparaat aanschaffen waarmee we koffie kunnen zetten met behulp van 'koffiepads'. Over een jaar of wat, wanneer Nederlands weer helemaal 'hot' is, heet dat gewoon koffiekussentje. Heerlijk!
De doorgeschoten taalpurist kan dit mogelijk toch niet aan en begaat een moord. Als het daarna werkelijk tegenzit belandt deze persoon op een 'longstayafdeling' van een penitentiaire inrichting, wat inhoudt dat je nooit meer weg mag. Gelukkig hebben ze daar ook winkeltjes (een bajesstore?), waar je bijvoorbeeld een reep van de firma Ritter's kan kopen. En die is verpakt in een fijne 'knikpack'. Heerlicious!
JAAP STIEMER

   
  Groetgroet
 

Elkaar groeten doen we zo veel dat we sterk geneigd zijn er iets extra's mee te doen. Misschien wel om aan te geven dat we niet zomaar uit gewoonte groeten, maar welgemeend, persoonlijk. Of gewoon om de verveling te verdrijven en iets creatieverigs te doen met de groet.
Dus zei iemand ineens 'goeiesmorges' in plaats van goedemorgen. En 'hallootje' of 'hoilo' in plaats van hallo of hoi. En dus bedacht iemand op een zeker moment dat het aardig kon zijn om 'doeidoei' te zeggen, in plaats van simpelweg doei.
Maar ook dat was aan inflatie onderhevig. 'Doeidoei' hoorde je tenslotte alleen nog maar op een volstrekt dode toon in mobiele telefoons gezucht worden door mensen die het leven, laat staan het groeten, nauwelijks nog konden opbrengen.
Dus hoor je nu veel 'hoihoi'. En ook 'dagdag'. Beide varianten kunnen zowel heel opgewekt als uitermate nonchalant worden aangewend. Een welkomstgroet, of 'ik ga je zien' ten afscheid kunnen nu dus worden beantwoord met 'doeidoei', 'hoihoi', 'dagdag' en ook het minder vaak voorkomende 'haihai'.
Een zeer zeldzame variant werd laatst waargenomen in een supermarkt, waar een vrouw met doorrookte stem een zeer luid 'doegiedoegie' toevoegde aan een man in rolstoel.
Echte grappenmakers die op de werkvloer de blits willen maken zijn de trend alweer een stap vooruit. Bij het naar huis gaan roepen ze hard: ,,Dubbeldoei!'' Waarop in koor geantwoord wordt met: ,,Dikke doei!''
JAAP STIEMER

   
  Plus is meer
 

Het is waar: plus is meer. Meer is goed en dus voegen producenten en dienstverleners graag het woord plus toe aan hun spulletjes. Soms is dat terecht, want dan krijg je inderdaad meer. Maar soms is plus minder dan niks.
Salads Plus is een vondst van McDonald's. 'Een nieuwe productlijn met maaltijdsalades, fruit en yoghurt'. Je krijgt dus niet méér salade, maar gewoon iets nieuws. Geen plus dus. Je krijgt wel iets bij je sla. En da's wel weer plus.
De Volkskrant doet ook mee aan de plusmanie met de introductie van het Zaterdagplusabonnement. Daarbij ontvang je de zaterdagkrant, plus toegang tot de elektronische doordeweekse krant op het internet. Dat heeft dus stellig iets plusserigs.
Plus is meer, maar niet altijd leuk. Zo is er de website www.adhd-plus.nl. Dat gaat niet over mensen die hyperdepieperactief zijn in het kwadraat, maar over ADHD 'en aanverwante stoornissen'. Dat valt dan weer mee, want een kind met ADHD is veruit te prefereren boven een kind met ADHD-plus.
Enige argwaan is geboden wanneer plus wordt toegevoegd aan een product. Zoals bij de Nederlandse Spoorwegen met zijn Planner Plus. De tijden die deze reisplanner weergeeft zijn messcherp, maar garanties worden er niet gegeven. Wat er plus is aan die planner is even vaag als een stoomtrein in de mist.
'Pluspakket' is een populair begrip bij aanbieders van televisie, internet en verzekeringen. Neem je bijna niks, dan neem je het 'basispakket'. Neem je meer, dan neem je plus. Neem je alles, dan heet het 'premium'.
In de meeste gevallen betekent plus dat je meer betaalt. En da's dan toch weer minder.
JAAP STIEMER

   
  Uit onderzoek is gebleken
 

Tik maar eens in op een zoekmachine op internet: 'Uit onderzoek is gebleken'. Dan kun je met recht stellen dat uit onderzoek is gebleken dat die zinsnede heel erg vaak wordt gebruikt. Maar of je het allemaal wilt weten, wat uit onderzoek is gebleken...
Onderzoeken waarvan het resultaat in de krant wordt gepubliceerd, vaak in zo'n klein bericht op pagina drie, gaan niet zelden over de vraag of je ergens ziek van wordt of niet. Van pindakaas bijvoorbeeld bleek je een paar jaar geleden nog kanker te kunnen krijgen. Net als van shampoo.
Bij de pindakaas werd er nog wel bij verteld dat het risico op kanker vooral aanwezig was bij hen die er vijf kilo van op een dag eten. En de shampoo was in het bijzonder kankerverwekkend wanneer je er zeshondertachtig keer per maand een hele fles van op je hoofd leegkneep. Daar krijgt zelfs het doucheputje kanker van.
Patat. Nog een leuk onderzoeksobject. De ene keer krijg je er de gevreesde celvermeerderingsaandoening van, de andere keer blijkt 'een patatje op zijn tijd' of 'een keer per week goede vette patat' juist weer bijzonder heilzaam te werken. Net als rode wijn, aspirines en straatvuil, want dat laatste verhoogt het immuunsysteem. Driemaal daags bij voorkeur, ook voor de kinderen.
Dat is allemaal uit onderzoek gebleken. Ook blijkt dat vrouwen zeker vijf maal per dag in de spiegel kijken. Dat is werkelijk onderzocht door serieuze wetenschappers. Tellen etalageruiten ook mee? Dat lees je dan weer niet. Ander onderzoek: kinderen met een gsm hebben eerder seks. Uit onderzoek is voorts gebleken dat het draaien van oude platen van Sue Saad and the Next tijdens de zwangerschap de kans op angst voor onweer op latere leeftijd verkleint. En uit onderzoek is gebleken dat het eten van zacht geworden sesamcrackers met jong belegen kaas na een avond stappen in Den Helder, waarbij zeker vijftien glazen bier werden gedronken, die de aan het onderzoek onderworpen representatieve groep niet zelf hoefde te betalen, leidt tot het binnen een week nadien zeker tweemaal stellen van de vraag aan partner of huisgenoot 'of het oud papier vanavond aan de straat moet worden gezet'.
Wat heb je aan al die wetenschap? Niks! Dat is namelijk uit onderzoek gebleken.
JAAP STIEMER

   
  Tanken, nu ook voor mensen
  Auto's zijn net mensen. Mensen zijn net auto's. Auto's en mensen moeten regelmatig drinken, anders doe ze het niet meer. Bij auto's heet dat tanken. Maar ook mensen tanken tegenwoordig heel wat af.
Bij het tankstation zelf is er op het benzinepistool een reclame te zien voor een energiedrank. Red Bull, 'het kleinste tankstation'. Oftewel: energie tanken. Die uitdrukking wordt ook gebruikt voor 'uitrusten', oftewel: even bijtanken, iets dat we al langer kennen.
Om energie te tanken kun je op vakantie, bij voorkeur naar een land waar je 'zon kunt tanken'. Om de nieuwe energiestromen een gezonde en duurzame basis te geven is het verstandig vitamines te tanken, bijvoorbeeld door veel vers fruit te eten.
'Marco tanken' kan ook. Da's een bezigheid van een fan, die een concert van Marco Borsato bezoekt. Op deze wijze moet het ook mogelijk zijn om Hans te tanken (als je Hans Teeuwen bezoekt), Karel te tanken (bij een tentoonstelling van Karel Appel) en Quentin te tanken, bij het kijken naar Tarantino-films. Dit alles valt onder de noemer cultuur tanken.
De culturele sector heeft zelf het tanken overigens ook ontdekt, maar gebruikt om de sponsor te bedanken een andere Engelse term, die ook naar benzine ruikt: 'fueled by'. Zoals de bandcompetitie Metal Bash, 'fueled by Jägermeister'. 'Fueled by Heineken, powered by Yorin FM' is daarop een variant.
Van Jägermeister en Heineken moet een mens niet te veel tanken. Zeker niet als je nog moet rijden.
JAAP STIEMER
(Dit artikel verscheen ook grotendeels in 'Neerlandia, Nederlands van nu, nummer 5 2004)
   
 
(c) Jaap Stiemer