Taaltrends
  Onderstaande stukken verschenen tussen 1997 en 2002 in de tijdschriften Taalbrief (Van Dale Lexicografie/Samsom) en Volgens Van Dale (Van Dale Lexicografie). Twee stukken werden ook gepubliceerd in het kloeke boekwerk 'Nu nog smeuïger!' van Eric Tiggeler en Mieke Vuijk (Het Taalfonds, 2000, zie illustratie verderop).
   
 
Steeds vaker steeds meer
 

Je hoort het steeds vaker. Het gebruik van steeds meer. Alles wordt steeds meer of 'neemt steeds meer toe'. Vooral in de nieuwsmedia kom je steeds meer steeds vaker tegen. Er wordt meestal nieuws mee gesuggereerd dat er niet is. Ook kan in een folder of brochure een ongefundeerd 'steeds meer' een stimulans zijn voor de lezer om iets steeds vaker te gaan doen.
'Ondanks dat het aantal oorlogsgetroffenen afneemt, lijkt het wel of de belangstelling voor de herdenking 'steeds meer toeneemt' is een voorbeeld van het loze gebruik van steeds meer. Het 'lijkt het wel' zegt het eigenlijk al: feitenmateriaal is er niet. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft geen idee met hoeveel het aantal dodenherdenkers is toegenomen. Maar een dodenherdenking is geen nieuws, dus maken we dat er zelf van.
'We besteden 'steeds meer tijd aan koken' werd er beweerd in een tv woonprogramma. Het lijkt aannemelijker dat met de komst van de magnetron het aantal netto bestede voedselbereidingsminuten per huishouden juist fors is afgenomen. Maar daarmee maak je geen item over modulekeukens met kookeiland. Dus…
Met het gebruik van steeds meer kan bij de lezer ook het gevoel worden gewekt dat hij een sukkel is, vooral in de poging hem iets te verkopen. Zo blijkt uit een gids van een postorderbedrijf in babyartikelen dat 'steeds meer' kinderen drinken uit plastic zakjes met een speen eraan en niet meer uit de aloude fles. Jouw kinderen doen dat nog niet, dus je bent een ontaarde ouder. De wens is hier de vader van de reclametekst.
Steeds meer wordt dus steeds vaker onterecht gebruikt. Lijkt het wel. Maar het kan ook anders. 'Steeds meer mensen gebruiken geen pen bij het invullen van hun belastingaangifte', stond er laatst in de krant. 'De elektronische aangifte neemt een grote vlucht'. Tuurlijk, denk je dan als je aan een stukje als dit bezig bent. Maar het ANP blijkt het te hebben uitgeplozen: er is een stijging van ruim 200.000 computeraangiftes. Zo'n onderbouwing zie je steeds minder.
JAAP STIEMER

   
 
Eeeeh mag weer!
 

Spreken in goed lopende volzinnen doet bijna niemand. Het heeft er zelfs alle schijn van dat de Nederlander de uitgesproken anakoloet tot standaard heeft verheven, inclusief het veelvuldig gebruik van een langgerekt 'eeeeh' daarin. Behalve in de reclame op tv, want daarin spreekt men beschaafd. Tot voor kort. Want eeeeh mag weer!
Let maar eens op: dè trend in televisiereclames is op dit moment het spontane statement, waarin niet in uitgeschreven en uit het hoofd geleerde volzinnen wordt gesproken, maar in èchte spreektaal, die echter net zo voorgekookt is. De boodschap wordt gebracht door èchte mensen die een reuze ontspannen indruk maken en die praten alsof de cameraman zojuist aanbelde en vroeg wat de man of vrouw des huizes met de spaarcentjes van zins is, belastinggezien.
,,Ja, eeeeh, als je d'r over nadenkt danneeeh, dan wil je toch, ja, dat je kinderen eeeeh, dat je kinderen d'r strakjes ook warmpjes bij zitten'', zegt zo'n spontaan reclametype dan zo, eeeeeh, zo ontspannen mogelijk. Of, uitgesproken door een frisse jongedame, tegen de achtergrond van een woeste zee: ,,De gezondste man ter wereld? Dat is mijn vader. Hij zat al 25 jaar op de eeeeh, reddingsboot.'' De man blijkt zo gezond te zijn omdat hij, eeeh, Becel onder zijn kaas doet.
De herhalingen in de zinnen, de tussenwerpsels, het niet-kloppende verloop van de zinnen; het is allemaal gesponsorde spontaniteit, ontstaan uit een verzadiging bij het publiek met de opgeprikte sloganroepers. Nieuw! Spontaan! Nu!
En zo wordt thans ontspannen, nadenkend en vooral spontáán gesproken over de koffiebeleving, het voederen van huisdieren en eeeeh, nou ja, eeeeh, ik bedoel, de tijd van Drink louter Kabouter is eeeeh, die is wel voorbij ja.
JAAP STIEMER

   
 
Alles is gel!
 

Het begon allemaal ruim vijftien jaar geleden met dat felgekleurde spul dat je in je haar smeerde. Gel. Haargel dus. Dat 'haar' moet er tegenwoordig voor staan, want gel kom je in vele vormen tegen.
Gel, spreek uit dzjel, is afgeleid van gelatine. Denk aan de pudding. Gel is een doorzichtige, glibberige, lillende substantie. Dat klinkt weinig attractief, maar de consument kan volgens de producent gewoonweg niet meer zonder!
Na de haargel verscheen er plots gel voor de tanden. Voordien was de tandpasta nog wel eens voorzien van kekke rode streepjes ('hoe doen ze dat toch?'), maar ineens werd pasta gel en dus wat dikkig en doorzichtig. De aftershavefabrikanten dachten: wat je in je haar en op je tanden smeert, dat kan ook op de wangen, dus verscheen de aftershavegel. En waarom ook niet: ook het aloude scheerschuim werd vervangen door een gel. Philips bracht recent een scheermachine op de markt die na een druk op de knop een gel ejaculeert die het scheren veraangenaamt.
Gel staat ineens voor een kwaliteitskenmerk, vergelijkbaar met hydraterende liposomen. Gel is cool, gel is snel!
Vandaar ook dat de fietsenboer met het gelzadel op de proppen is gekomen. Geadopteerd uit de sportwereld. De onder het zadeldek geperste gelei vormt zich als een dodenmasker naar de welvingen van het achtereind, waardoor men in staat wordt gesteld vele kilometers meer te fietsen dan men gewend was. Gel doet wonderen!
Het gaat snel met de gel. Inmiddels is er brandgel op de markt, een spiritusvervanger waarmee kampvuren en barbecues zijn te ontsteken zonder dat daarna brandwondencentra hoeven te worden bezocht. Ook werd onlangs bekend dat de Nederlandse Spoorwegen her en der de rails gaan insmeren met gel, om verstorend geknerp en gekrijs van passerende treinen te voorkomen. Het meest recente kerstfeest kon niet worden gevierd zonder gelkaarsen bij de vitrage.
Het allernieuwste is de gelpen. Een pen met gel erin, in plaats van inkt dus. De maker van deze marker belooft dat de pen over het papier vliegt alsof men met slaolie op een kwal schrijft. ,,Tuurlijk", denk je dan. ,,Smeer het maar in mijn haar."
JAAP STIEMER

   
 
Letters en cijfers
 

Je bent hip en je doet ingewikkeld. Daarom geef je je uiterst trendy popbandje niet alleen een naam, maar ook een nummer. En je neemt een e-mailadres met een naam en een nummer.
Eigenlijk is het helemaal niet hip, want veeboeren hebben al een eeuwigheid de gewoonte hun koeien allemaal Klara of Berta te noemen en ze voorts van een nummer te voorzien. Klara 130 dus. Da's gemakkelijk.
De puberpostpunkband Blink 182 zal zich niet graag in verband gebracht zien met een veestapel, net zo min als Zuco 103, Sum 41, Eiffel 65, Core 22, Horizon 222, Kelley Deal 6000, Max 404 en uiteraard Kirk Brandons 10:51. Waarom hebben al deze bands zo'n trendy nummertje achter hun naam? Per band zal er wel een verklaring voor wezen, maar naar de oorsprong van de trend zelve blijft het gissen.
Mogelijk dat deze nummerdwang een afgeleide is van de gratis e-mailadressen, die je bijvoorbeeld via Hotmail kunt aanvragen. Stel, je heet Henk en je meldt je aan voor een hotmailadres. Tien tegen een dat een andere Henk je is voorgeweest en dat henk@hotmail.com dus al bestaat. Dan probeer je henk2@hotmail.com, maar ook die bestaat mogelijk al. Dus dan probeer je eens Henk plus geboortejaar, dus henk67@hotmail.com. En voor je het weet loop je net als Klara 130 opgewekt in de kudde mee, met op je MP3 speler die gedownloade cd van Groep 1850.
JAAP STIEMER

   
 
   
  'Nu nog smeuïger' van Eric Tiggeler en Mieke Vuijk werd in 2000 uitgegeven door Het Taalfonds/L.J. Veen (isbn 90-204-5704-7). Mijn taaltrends 'Alles is gel!' en 'Eeeeeh mag weer!' werden hierin tot mijn aan hysterie grenzende vreugd ook opgenomen.
   
 
'Punthoofd' en de wereld van de spreekwoordverminking
 

,,Púnthoofd'', hoor je wel eens verzuchten. Dat betekent: ,,Ik krijg er een punthoofd van.'' Ook die verkorte vorm begrijpen de meeste mensen nog wel. Maar het inkorten van spreekwoorden, gezegden en zegswijzen neemt zo nu en dan dusdanige vormen aan, dat er communicatieproblemen ontstaan.
Het is begonnen met 'punthoofd' en daarna overgewaaid naar 'de druppel'. ,,Dat was de druppel'', is inmiddels helemaal ingeburgerd als het gaat om het verklaren van een situatie die uit de hand gelopen is. Omdat de spreker best weet dat hij een spreekwoord aan het verminken is, voegt hij er vaak 'de bekende' aan toe. ,,Dat was de bekende druppel.'' Hij zegt er niet bij of het de druppel was die de emmer deed overlopen, of de druppel die op de gloeiende plaat viel.
Ook 'de spreekwoordelijke' is zo'n toevoeging. Zoals in 'de spreekwoordelijke hoge bomen' en 'de spreekwoordelijke doofpot'. Gek genoeg wordt er ook in het uitspreken van volledige spreekwoorden nog wel eens zo'n extraatje tussen gefrommeld, bijvoorbeeld in 'het spreekwoordelijke water naar de zee dragen'. Nog vreemder wordt het als 'de spreekwoordelijke' wordt gebruikt wanneer in het geheel geen sprake is van een spreekwoord, zoals in 'het spreekwoordelijke onbeperkt mosselen eten'.
Het lijkt wel of rudimentaire varianten van zegswijzen steeds vaker in de mond worden genomen, bij wijze van efficiënt taalgebruik. ,,Geen touw!'', roept iemand, die ergens geen touw meer aan vast kan knopen. En als hij het werkelijk niet meer begrijpt, roept hij: ,,Geen hout!'' Wanneer de ander daar geen hout van snapt, kijkt de spreekwoordverminker of hij het spreekwoordelijke water ziet branden. ,,Geen kaas'', oordeelt hij, als hij vindt dat de ander het indampen van spreekwoorden niet erg goed beheerst. En als hij vreest dat dit niet verbetert, zegt hij kortweg: ,,Hard hoofd.''
De tijd is nakende dat gesproken wordt van: ,,Tsja, kalf'', en iedereen snapt dat de put pas wordt gedempt als dat beest verdronken is. Maar tegen die tijd is 'hek' al gemeengoed, omdat dat dan al geruime tijd van de dam is.
JAAP STIEMER

   
 
Technisch weer
  In bepaalde werkkringen wordt wel eens gesproken van 'technisch weer'. Dat is een weertype dat geschikt is om in de buitenlucht werkzaamheden te verrichten. In kringen van weermensen dringt de technische kant van de meteorologie zich echter ook flink op, vooral in de terminologie. En deze wordt thans zonder blikken of blozen aan de televisiekijker opgediend.
Wat te denken bijvoorbeeld van een onweerscomplex? Eerst denk je nog aan keraunofobie, de angst voor het onweer, maar dat blijkt mee te vallen. Zo'n complex blijkt slechts het samenstel van elementen te zijn dat voor donder en bliksem zorgt. Toch zullen veel tv-kijkers het bij zo'n term in Keulen horen donderen.
Een onweerscomplex maakt vaak deel uit van een weersysteem. Het woord systeem doet het sowieso erg goed bij de weerlieden op de tv. Factoren als warme aarde en koude lucht maken deel uit van de meest onheilspellende weersystemen waarbij bijvoorbeeld ook 'koude lucht achter de depressie om Europa instroomt'. En dat kan zeker nog wel een paar dagen duren.
De nieuwe weermensen hebben er veel aan gedaan een gevoelig onderwerp als de weersomstandigheden zo aangenaam mogelijk aan den volke te brengen. Een vlok sneeuw, een spat regen en een klap onweer waren de eufemismen om aan te geven dat het pokkenweer zou worden. De depressie die zich op de weerkaart liet zien, werd nog wel eens omschreven als 'een prachtige krul'. Aanhoudende buien waren 'lastige exemplaren'. Kamperen en open vuur werden desniettemin afgeraden.
De begrijpelijkheid van de weertaal hield zo ongeveer op bij de 'buiige regen'. Ook bij een 'buienlijn' kon de kijker zich nog wel wat voorstellen. Maar bij onbestendige complexen en systemen veroorzaakt door een 'orografisch effect' wordt een meteorologische kennis verondersteld die zelfs de pet van Jan Pelleboer te boven ging. Het gaat hier overigens om tegen bergwanden opstijgende lucht.
De weersvoorspellingen worden er zo wollig door als een schapenwolk. Niet alle weermannen en -vrouwen maken zich hieraan overigens schuldig. En soms ligt het gewoon aan hun bui.
JAAP STIEMER
   
 
Problemen en oplossingen
 

Problemen zijn er om opgelost te worden, maar wie iets wil verkopen zoekt oplossingen bij niet-bestaande problemen. Ooit bijvoorbeeld gemerkt dat er thuis een home-cinemaprobleem was?
Volgens de firma Correct is dat wel het geval. In hun advertenties bieden zij met hun sub-woofersysteem namelijk dè oplossing voor de thuisbioscoop. En ziedaar: wat nooit een probleem was verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Honderden andere bedrijven die zich via internet en radio- en krantenadvertenties presenteren beweren dè oplossing voor het een en ander te bieden zonder dat wordt aangegeven wat het probleem nu eigenlijk is. 'Mobile Carrier dè oplossing voor uw mobiele telefoon' is er zo eentje. Het blijkt te gaan om een 'concept draagtasje' voor mobiele telefoons. Ook is er een netwerkaanbieder die 'dè one-stop-shop oplossing voor productiviteit en financiële voordelen voor website eigenaren' biedt.
Non-existente problemen zijn er in overvloed en de oplossingen daarvoor liggen voor het oprapen. Een combiketel biedt 'een betere oplossing voor uw warm water thuis', er is een 'complete oplossing voor uw ESF-administratie', er is een 'winkel online met quarp, dè oplossing voor het MKB' en de labelprinterserie van Datamax geeft de wereld 'dè oplossing voor al uw labelprintactiviteiten'. Dubbelzinnig is de boodschap van Totalchrom, die laat weten na lang zwoegen over 'de meest complete en creatieve oplossing voor uw laboratorium' te beschikken. Je vraagt je af waar dat naar ruikt.
Het kan echter ook anders. In een artikel in het internettijdschrift Connexie is te lezen dat er voor binnenvaartschippers 'geen telecomoplossing is'. Kijk, dàn heb je een probleem.
JAAP STIEMER

 
'Aanhalingstekens'
 
Aanhalingstekens zijn overal. En het worden er steeds meer. Deels door onzekerheid bij tekstschrijvers over het waarheidsgehalte van hun beweringen; aanhalingstekens zijn een prima middel om je 'in te dekken'. Maar vaak worden aanhalingstekens lukraak in een tekst geplant, zonder dat ze enig nut hebben.
De aanschaf van een kinderdrager, ook bekend als babycarrier, is een vreugd. Tot je de gebruiksaanwijzing leest, want daarin schrijft de fabrikant wat je er vooral niet mee moet doen. Bergbeklimmen met een kind op de rug wordt onder meer afgeraden. ,,Wij wensen u veel 'loopplezier' met uw kinderdrager", roept de firma Active Leisure ons tenslotte toe. Meent het bedrijf dit nu, of wordt er met die aanhalingstekens bedoeld dat men ons iets geheel anders toewenst? Of is het bedrijf bang dat we met rugpijn en blaren van vakantie terugkomen en roepen: ,,Noemt u dàt loopplezier? Mijn geld terug!"
'Werkdruk wordt door doktoren als 'hoog' ervaren', een kop uit de Polder Express. In dit geval heeft het niet met voorzichtig formuleren te maken, maar met een soort rudimentair citaat. De aanhalingstekens hadden hier weggelaten kunnen worden zonder de lezer in verwarring achter te laten.
Dat geldt ook voor de volgende formulering, uit een makelaarskrant: ,,Maar heel af en toe komt er zo'n fraaie woning op een perfecte locatie 'te koop'." De kwaadwillende lezer zou hier zelfs kunnen denken dat dat huis niet echt te koop komt, maar dat de makelaar het na afdracht van de courtage lekker zelf houdt. De foto bij deze tekst gaf overigens eerder aanleiding het woord 'fraaie' tussen aanhalingstekens te plaatsen.
Een krantenkop: 'Nederlandse' vogels gaan massaal dood in olieplas. Daar valt wat te zeggen voor het aanhalingstekengebruik, want vogels zijn doorgaans statenloos. Toch geeft het gebruik van aanhalingstekens, zeker in krantenkoppen, altijd een wat onrustige indruk. De leestekens geven iets aan, maar niet is altijd duidelijk wat. 'Fietsflat' bij CS in Amsterdam is zo'n krantenkop waarbij de aanhalingstekens best weggelaten hadden kunnen worden.
'Soms' zijn aanhalingstekens een 'uitkomst', 'meestal' een 'plaag'.
JAAP STIEMER
   
 
Een trendmoment
 

Voor alles in het leven is een moment, dat was reeds bekend. Nieuw is dat alle momenten benoemd worden. Dat geeft overzicht, het houdt de chaos buiten de deur. En voor wanneer het ons allemaal toch teveel wordt is er een evaluatiemoment, om alles weer even op een rij te zetten.
Het leermoment is misschien wel de moeder van deze trend. Vooral kinderen hebben leermomenten nodig. Zes rondjes om het huis steppen is heel plezierig, heel hard tegen een gft-bak botsen is een stuk minder prettig. Maar wel een dijk van een leermoment. Zoiets doe je niet meer.
In het blad Wij Jonge Ouders werd enige tijd geleden het belang van goede voeding voor kinderen duidelijk gemaakt aan hen die daar nog niets van wisten. Een geïnterviewde moeder was van de noodzaak doordrongen en daarom zei ze: ,,Elke middag hebben we ons fruitmoment."
In marketingtermen is in zo'n geval sprake van het gebruiksmoment van het product fruit. Zo is er zelfs voor Tokkelroom een gebruiksmoment. Met Moccona is dat al jaren zo en dat heet een moment voor jezelf. Douwe Egberts biedt vanzelfsprekend altijd weer een gezellig moment.
Niet alleen de modale consument, maar ook bekende persoonlijkheden rollen van het ene moment in het andere. Willem Alexander en zijn Máxima bijvoorbeeld. Om de pers tevreden te stellen houden zij niet zelden een fotomoment, een beperkte spanne tijds waarin tientallen fotografen dezelfde foto's van het stel kunnen maken. Wanneer zij de beelden digitaal doorsturen naar de redacties is er sprake van een zendmoment.
Kort nadat Herman Brood zijn sterfmoment beleefde, sloegen veel mensen zich voor het hoofd: hadden ze nu maar eerder een schilderij van hem gekocht. In de Revu verwoordde een spijtoptant het zo: ,,Je schuift het koopmoment voor je uit." En dat levert dan weer pracht van een leermoment op.
JAAP STIEMER

(c) Jaap Stiemer